Martin van Rijn nieuwe voorzitter woningcorporaties

Martin van Rijn wordt de nieuwe voorzitter van Aedes, vereniging van woningcorporaties. Hij is vandaag op een congres door de leden benoemd voor een periode van vier jaar.

Van Rijn verraste politiek Den Haag door als PvdA’er de laatste maanden deel te nemen in een kabinet terwijl de sociaaldemocraten niet meeregeren. Nu zijn taak om het ministerie van Volksgezondheid te helpen gedurende de coronacrisis is volbracht en het stokje is overgenomen door Tamara van Ark, zijn de handen vrij om een andere crisis aan te pakken: de woningnood. Hij kan als Aedes-voorzitter een sleutelrol spelen.

De branchevereniging van Nederlandse woningcorporaties is al jaren op zoek naar meer erkenning, want de sociale huursector is gehavend uit de kredietcrisis van 2008 gekomen. Om de staatsbegroting op orde te krijgen werd een verhuurdersheffing ingevoerd die is opgelopen tot 1,7 miljard euro per jaar, waardoor de bouwproductie meer dan halveerde. Onlangs erkende het kabinet in een onderzoeksrapport dat de financiële positie van corporaties op de lange termijn onhoudbaar is, terwijl de woningnood alleen maar toeneemt. ,,Ik hoop vurig dat de trots voor de sociale huursector weer terugkomt”, zegt Martin van Rijn.

U begint 1 september aan de nieuwe baan. Tot die tijd uitrusten van de bewogen maanden als minister van Medische Zorg?
,,Als ik mezelf ken ga ik me toch wel inlezen. Maar ik kan ook best wel met vakantie en me rustig voorbereiden.”

Hoe heeft u de coronacrisis als minister ervaren?
,,Als een van de heftigste periodes uit mijn loopbaan. Dat geldt denk ik voor het hele departement. Zorgen dat er genoeg mondkapjes kwamen, de reguliere zorg weer opstarten en ondertussen goed volgen hoe het in het buitenland ging. Het was een 24 uurs-baan. Nou ja, van ’s morgens 07.00 tot een uur of 02.00 ‘s nachts.”

Is het niet lastig om dat los te laten? De coronacrisis is nog niet voorbij…
,,Ja dat is zo, het coronavirus is nog niet weg en toch moeten we ook nadenken hoe we nu verder moeten. Daarom is het een goed moment om in mijn nieuwe functie verder te gaan met volkshuisvesting en alles wat daarbij komt kijken, zoals zorg.”

De woningnood oplossen is misschien wel net zo’n grote uitdaging, of ziet u dat niet zo?
,,De sociale huursector is het cement van de samenleving. Dat zeg ik misschien wat overdreven, maar ik meen dat echt. Er is een wooncrisis want het is voor allerlei groepen heel moeilijk om een woning te krijgen. Dat is een klassieke opgave die past bij de woningcorporaties. We zijn aan zet om betaalbare woningen te bouwen. Ook ligt er een grote opgave wat betreft verduurzaming en energiebesparing en als laatste moeten we zorgen voor goede buurten en leefbare wijken.”

U werkte eerder in uw loopbaan op het ministerie voor Volkshuisvesting, maar kennen u nu vooral van de zorg. Die twee lijken best in verbinding te staan nu zorg steeds meer aan huis wordt verleend.
,,Er speelt nog meer. De vergrijzingsvraag die we hebben. Op veel plekken ontstaan er al nieuwe verbindingen tussen corporaties en zorgorganisaties. Er is ook behoefte aan een ander soort ouderenwoningen en jongerenwoningen ook trouwens. Ik zie projecten waarbij bewoners zelf de handen ineen slaan.”

De verhuurdersheffing van inmiddels 1,7 miljard euro per jaar maakt de investeringsruimte voor woningcorporaties kleiner. Vóór de crisis werden 30.000 huizen per jaar gebouwd, nu nog maar 13.000 en door sloop, liberalisering en verkoop zijn er per saldo 100.000 minder sociale huurhuizen dan in 2013. De wachtlijsten voor een huis worden alleen maar langer.

U zat met de PvdA in het kabinet dat de verhuurdersheffing invoerde. Was dat een fout?
,,We zaten in de grootste financiële crisis die we in ons leven hebben meegemaakt. Elk dubbeltje moest worden omgedraaid. Mede door de bezuinigingen zijn we er bovenop gekomen. Nu komen er weer allemaal vraagstukken op ons af en moet Nederland investeren in woningen en zul je dus naar de verhuurdersheffing moeten kijken.”

Was het niet te veel vanuit de korte termijn geredeneerd? Veel bouwbedrijven gingen failliet en de productie van woningen komt nu moeilijk op gang.
,,Dat vind ik echt te gemakkelijk. We komen uit een tijd dat het water tot aan de lippen stond. Dat ging gepaard met bezuinigingen voor alle sectoren dus ook de sociale huur. Ik heb niet zo’n zin om terug te kijken. Nog steeds is sociale huur in dit land veel beter dan in andere landen. Als je nu de investeringsopgave ziet, moet je iets doen aan de verhuurdersheffing.”

Sinds de jaren 90 is vooral eigen woningbezit door de overheid gestimuleerd. Is de sociale huur als een soort vangnet voor mensen met een laag inkomen of ook voor middeninkomens?
,,Ik denk dat we moeten zorgen dat iedereen een woning heeft die bij hem of haar past. Er was een periode dat er te weinig eigen woningen waren. Nu zie ik een periode naderen als een soort revival van de sociale huursector. Het succes van de historie is bouwen en beheren voor een brede doelgroep. Dat moeten we vasthouden en zo nodig weer meer creëren. Er is een discussie over inkomensgrenzen. Wil je meer investeren, dan moet die grens omhoog en moeten we de doelgroep breder definiëren. Van oudsher is sociale huur ook bedoeld voor agenten en zorgmedewerkers en wat mij betreft is dat nog steeds zo.”

U bent de laatste maanden aangeschoven bij de ministerraad. Is het besef hoe groot de woningnood is goed doorgedrongen?
,,Ik denk dat iedereen beseft dat dit een groot dossier is en cruciaal voor alle Nederlanders.”

Ik doelde specifiek op dit kabinet.
,,Dus ook dit kabinet. Het probleem zal ongetwijfeld onderwerp worden bij de formatie volgend jaar, maar ook dit kabinet zet al stappen. We zullen zien waar ze op Prinsjesdag mee komen. Vooral jongeren komen moeilijk aan een woning. Voor woningzoekenden is het niet te pruimen dat ze lang op een huis moeten wachten.”

Wat is uw oplossing? ‘Meer bouwen’ zegt iedereen, maar dat is zo gemakkelijk nog niet.
,,We moeten opnieuw nadenken over ruimtelijke ordening. Het is moeilijk om woningbouw in stedelijk gebied allemaal in te passen. Daarom pleit ik voor nieuwe locaties buiten de steden om tempo te kunnen maken. Ook de productiecapaciteit moet omhoog. We kennen de gevolgen van de pandemie nog niet, maar met langdurige investeringen in woningbouw kunnen we Nederland er economisch bovenop houden.”