Senaat draait tijdelijke coronawet de nek om

DEN HAAG – De Eerste Kamer draait de tijdelijke coronawet de nek om. Een meerderheid van de Senaat is tegen de vijfde en zesde verlenging van de wet, die de regering de mogelijkheid geeft om snel in te kunnen grijpen bij een nieuwe corona-opleving.

Met die tweede verlengingen had het kabinet tot en met september grond gehad voor het afkondigen van coronamaatregelen, maar de oppositie in de Eerste Kamer is er klaar mee.

Dat betekent dat het kabinet nu formeel geen wettelijke grondslag meer heeft om beperkingen in te voeren, zoals het dragen van mondkapjes of het houden van afstand. Coronaminister Ernst Kuipers deed eerder al een handreiking naar critici, door de omstreden coronapas uit de tijdelijke wet te schrappen.

Maar dat is niet genoeg gebleken. 40 van de 75 senatoren in de Kamer zien er momenteel geen heil meer in, onder meer vanwege de zonnige corona-situatie waar we nu in zitten. „Een mogelijke dreiging in de toekomst is voor ons niet genoeg”, zei GL-senator Margreet de Boer tijdens het debat. „Er is ook een traject mogelijk waarbij je wel weer snel wetgeving hebt staan”, aldus de GL’er, wijzend op de mogelijkheid om noodverordeningen in te stellen als er nood aan de man is.

Ook de PvdA-fractie in de Senaat vindt de tijdelijke coronawet niet meer passen bij de actuele situatie. „De argumenten om hem steeds maar te blijven verlengen, heb ik nog niet gehoord”, aldus senator Jeroen Recourt.

De coalitie had ofwel GL ofwel PvdA nodig om de laatste verlenging er opnieuw doorheen te loodsen. Formeel ging het debat in de Eerste Kamer over de vijfde verlenging van de wet, die is al ingegaan en loopt tot juni. Maar de zesde verlenging, tot en met september, verliest hiermee ook zijn grond.

Basismaatregelen permanent verankeren

Kuipers is ondertussen wel bezig om de grond voor de basismaatregelen permanent te verankeren in de Wet Publieke Gezondheid. Daarmee zou het niet meer nodig zijn om steeds toestemming van beide Kamers te vragen. Het ministerie koerst erop om die aanpassing voor 1 september in te dienen.

Mocht dat lukken, dan betekent het dat het kabinet nu zo’n vier maanden stuurloos is bij het afkondigen van nieuwe maatregelen, tenzij er naar noodverordeningen wordt gegrepen. Dat gebeurde tijdens de eerste golf in 2020 ook. Toen klonk er vanuit het parlement juist stevige kritiek op dat paardenmiddel, omdat het steeds werd ingezet bij gebrek aan een betere juridische grond.