Huisarts kan niet meer achter preferentiebeleid geneesmiddelen staan

Het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars begint huisartsen en apothekers tegen te staan. Huisartsen moeten volgens dat beleid de goedkoopste geneesmiddelen voorschrijven, omdat deze vergoed worden door de zorgverzekeraar. Maar tegenwoordig zijn steeds minder medicijnen leverbaar en moeten patiënten noodgedwongen overstappen op alternatieven die soms nare bijwerkingen met zich meebrengen. Dat meldt NOS. 

“Ik stond in het begin achter dat beleid en legde elke keer aan mijn patiënten uit dat het belangrijk is om de zorgkosten laag te houden. Maar in de loop der jaren is het een enorme chaos geworden”, zegt huisarts Bart Timmers. “Hier sta ik niet meer achter.”

Collega-huisartsen herkennen wat Timmers zegt. Net als de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG). Huisartsen kunnen hun werk niet meer goed doen omdat medicijntekorten of andere problemen hen tegenhouden. Dit geldt ook voor apothekers, die tegenwoordig meer tijd kwijt zijn aan administratieve lasten. Het is de verantwoordelijkheid van apothekers om een passend vervangend geneesmiddel te vinden en dat kost veel tijd. Volgens KNMP-voorzitter Gerben Klein Nulent zijn de medicijnen in Nederland te goedkoop, waardoor het land voor farmaceuten stukken minder interessant is geworden.

Volgens Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zijn er meer tekorten aan niet-preferente middelen dan preferente middelen. Het preferentiebeleid heeft de afgelopen jaren gezorgd voor een flinke kostenbesparing, maar die gaan nu ten kosten van de veiligheid van de patiënt, zegt KNMP, die de bijwerkingen niet meer kan accepteren.


Dit artikel verscheen eerder op Nationalezorggids.nl