Het aantal valpartijen van ouderen neemt toe: hoe is de stijging te dempen?

Om de vijf minuten meldt zich een gevallen 65-plusser op de spoedeisende hulp. Als je valpartijen kunt voorkomen, bespaart dat de patiënt veel leed en de zorg veel geld. Maar hoe doe je dat?

Op een symposium, grote zaal vol met mensen, mocht klinisch geriater Carolien van der Linden ‘een praatje houden’. Knappe koppen uit alle hoeken van de brainportregio Eindhoven hadden zich in de zaal verzameld: van de Technische Universiteit, van Philips, van haar eigen Catharina Ziekenhuis. ‘Ik dacht: als er nou ergens slimme dingen te bedenken zijn, moet dat toch hier zijn.’

En daarom deed ze een oproep: wie van jullie zou mij kunnen helpen om het aantal valpartijen door kwetsbare ouderen in het Catharina Ziekenhuis naar beneden te brengen? Dat zijn er jaarlijks namelijk zo’n vierhonderd. ‘En dat is hoogstwaarschijnlijk een onderschatting’, zegt Van der Linden.

Om valpartijen te voorkomen, moet je weten wie er het hoogste risico loopt om te vallen. Zouden, dacht Van der Linden, de patiëntendossiers van opgenomen ouderen daar wellicht verborgen aanwijzingen voor bevatten? Hints zo subtiel dat ze tot nu toe niet waren opgevallen? En zouden slimme algoritmen kunnen helpen die te achterhalen?

Verpleegkundigen

Onderzoekers van het ziekenhuis besloten zich te richten op de vrije tekstvelden van de verpleegkundigen, de notities die zij elke dienst over iedere patiënt opschrijven. Ze keken naar negentien ouderen die waren gevallen en negentien vergelijkbare ouderen (qua leeftijd, geslacht en lengte van de ziekenhuisopname) die het ziekenhuis zonder te vallen weer hadden verlaten.

Wat bleek: verpleegkundigen gebruikten in de 72 uur voorafgaand aan de valpartij veel meer woorden dan in dezelfde 72 uur bij de niet-vallers. Gemiddeld 10.523 woorden bij vallers, gemiddeld 7.510 woorden bij de niet-vallers. Ze gebruikten ook veel meer unieke woorden: 2.465 om 1.887. Logischerwijs doken ook woorden die met een val worden geassocieerd vaker op in de vallers-dossiers: verwardheid, delier, valpreventie. ‘Maar ook woorden als ‘dochter, familie’, kwamen vaker voor. En ‘echter’ ook.’

Het is natuurlijk maar een klein onderzoek, zegt Van der Linden, dat moet worden uitgebreid, zo mogelijk ook naar andere ziekenhuizen. Maar dan zou het met de data mogelijk moeten zijn om ‘een voorspelmodel’ te bouwen om te kunnen zien aankomen wie een hoog valrisico heeft. Als de verpleegkundigen aan het typen zijn, kunnen zij live een melding krijgen: ‘Hee, pas op, verhoogd valrisico.’ De zorgverleners kunnen dan gerichter preventieve maatregelen inzetten als sensoren om het bed, of het bed juist hoger of lager zetten.

Dat onderzoekers wereldwijd op zoek zijn naar manieren om het aantal vallen bij ouderen te verminderen is begrijpelijk, want de cijfers zijn deprimerend. In de tijd dat u dit artikel uitleest, vallen in Nederland 23 65-plussers. Van twee van hen zijn de verwondingen zo ernstig dat zij zich moeten melden op de spoedeisende hulp. Mocht u er eens lekker voor gaan zitten en dit hele katern volledig lezen, dan zijn dat er respectievelijk 284 en 24. Een van hen zal als gevolg van de val overlijden.

De valpartij en ouderen, het lijkt een verstikkend huwelijk waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Een op de drie ouderen valt minstens één keer per jaar. Al vele jaren is een valpartij de belangrijkste oorzaak waardoor ouderen terechtkomen op de spoedeisende hulp: in 2020 gebeurde dat 103 duizend keer, ruim vijfduizend ouderen overleefden hun valpartij niet. Behalve dramatisch voor de patiënten is het ook financieel gezien ellendig. Totale jaarlijkse zorgkosten door valpartijen: 1 miljard euro.

De vooruitzichten voor de komende jaren zijn nog grimmiger. Onder invloed van de vergrijzing zal tot 2050 het aantal valpartijen onder 70-plussers met maar liefst 71 procent toenemen, zo verwacht VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie.

Fatalisme
Hoe is die stijging te dempen?

Vooropgesteld, zegt Van der Linden, klinisch geriater in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven: het is een misvatting dat vallen er gewoon bij hoort als je ouder wordt. ‘Wij geriaters strijden ervoor om weg te komen van dat fatalisme.’ Natuurlijk, naarmate je ouder wordt, neemt het risico op een valpartij toe. De kracht in het lijf kan afnemen, balans houden is lastiger, het bewegingsapparaat krijgt gebreken.

En, een niet te onderschatten probleem: ‘Mensen verzamelen in hun leven aandoeningen waarvoor ze medicijnen slikken’, zegt Van der Linden. ‘Die werken voor de aandoeningen dan best goed, maar het samenspel van medicijnen en de bijwerkingen leidt tot een verhoogd valrisico.’ Dat geldt ook wanneer ouderen hun medicijnen al jaren zonder problemen gebruiken, vult Nathalie van der Velde aan. Zij is hoogleraar valpreventie bij Amsterdam UMC en doet al jaren onderzoek naar de invloed van medicijngebruik op het valgevaar.

‘Ik zie veel niet-herkende bijwerkingen, van mensen die heel duizelig zijn, moeite hebben met lopen. Uiteindelijk blijken het bijwerkingen van medicijnen die zij soms al jaren gebruiken. Hoe ouder je wordt, hoe gevoeliger voor bijwerkingen. Daarom is een jaarlijkse medicatiebeoordeling zo belangrijk.’ Het meest extreme voorbeeld uit haar praktijk: een patiënt met een euthanasiewens, vanwege een ondraaglijk leven door hoofdpijn en duizeligheid. Een bijwerking van een vaatverwijdend middel bleek de boosdoener. ‘Toen we dat middel hadden afgebouwd, genoot de patiënt weer van het leven.’

Ouderen kunnen ook zelf iets doen. ‘Bewegen, bewegen, bewegen’, is het devies, zegt Van der Linden. Minstens vijf keer per week een half uurtje matig intensief aan de wandel, yoga, tennis, fietsen, wat dan ook. ‘Zorg dat je kracht traint, tegen de weerstand in je spieren trainen. Ouderen zijn geneigd te denken: nu ik 80 ben, hoeft dat niet meer. Maar hoe ouder je wordt, hoe belangrijker het is. Ouderen kunnen nog wel degelijk spierkracht opbouwen. Het duurt wat langer dan wanneer je 30 bent, maar het kán wel.’ En: goed eten. Met genoeg eiwitten en vitamine D.

Drink ook genoeg, zegt Van der Velde. ‘Het dorstgevoel vermindert bij ouderen, maar drink je niet genoeg, dan kun je duizelig worden als je opstaat. Matig alcohol, ook daar word je gevoeliger voor, zelfs nog de volgende dag kan het duizeligheid en valneiging geven.’ Een goede bril is natuurlijk onontbeerlijk, maar doe dan geen multifocale bril op als je naar buiten gaat, want die losliggende stoeptegel zie je dan juist niet goed als je naar beneden kijkt. Zorg voor voldoende contrast op de traptreden en controleer of die schemerlamp nog wel genoeg licht geeft.

Het belangrijkste advies: ga naar een zorgverlener als je bent gevallen, ook als je niets mankeert. Van der Linden: ‘We weten dat maar een klein deel van de ouderen die thuis valt naar de huisarts gaat. Die denken: pleister erop, niks gebroken, het valt wel mee. Dat is onverstandig, dat zijn gemiste kansen om volgende valpartijen te voorkomen.’

Want, zegt hoogleraar Van der Velde: ’Ouderen zijn geneigd meteen een verklaring te zoeken: o pech, er ligt een stoeptegel los, daar ben ik over gestruikeld. Maar een valpartij is geen normaal verschijnsel, het is echt heel belangrijk om met een huisarts of bij een valkliniek te onderzoeken of er onderliggende oorzaken zijn. Medicatie wellicht of een onderliggende ziekte. Wij zien vaak patiënten met een blaas- of longontsteking op de eerste hulp, die niet de gebruikelijke klachten van koorts en hoesten of pijn bij het plassen hebben, maar wel verzwakt zijn en vallen.’

De gevolgen kunnen groot zijn, weet Saskia Kloet, valpreventie-expert bij VeiligheidNL. ‘Voor je het weet, komt een oudere in een negatieve spiraal. Het levert, naast de verwondingen van de val zelf, angst op om te bewegen. Dat vergroot de kans op een sociaal isolement, maar ook op minder goed eten, doordat boodschappen doen ingewikkeld wordt.’

Goed nieuws

Het goede nieuws: er zijn wetenschappelijk bewezen manieren om het aantal valpartijen te verminderen. Van der Velde, die medevoorzitter is van een commissie die een wereldwijde valpreventierichtlijn opstelt: ‘Met effectieve preventieprogramma’s kun je het aantal vallen met 30 procent terugdringen. Maar grote onderzoeken uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk laten zien dat de bottleneck bij de praktische uitvoering zit. Dus er moet stevig geïnvesteerd worden in screening en begeleiding. Niet om de concurrentie aan te gaan met de grote kankerscreenings, maar we weten dat valpreventie in verhouding veel meer gezondheidswinst oplevert en dat je de kosten ervan sneller terugverdient.’ Al is het maar omdat een op de vijf patiënten die zich na een val meldt op de SEH er binnen een maand weer te vinden is.

Nog meer goed nieuws: de valpreventie in Nederland krijgt komend jaar een impuls, in het regeerakkoord van Rutte-4 staat het expliciet benoemd. Het ministerie werkt aan een plan dat op 1 januari in werking moet treden. Het doel is dat elk jaar honderdduizenden ouderen zich laten screenen op hun valrisico (dat kan al met twee simpele vragen: bent u het afgelopen half jaar al een keer gevallen? Heeft u moeite met bewegen of uw balans?). Een groot deel van de hoogrisico-ouderen moet dan een persoonlijk valrisicoprofiel krijgen; ligt het aan de medicatie? Is het huis val-veilig? Nieuwe bril nodig? Of helpt een valpreventieprogramma waarbij aan de balans en kracht wordt gewerkt?

Vele tienduizenden ouderen zouden elk jaar zo’n programma moeten volgen. En dan niet halverwege afhaken of de kantjes eraf lopen, want dan loopt de effectiviteit razendsnel terug. Lukt dat allemaal, dan zou dat volgens Kloet 81 duizend vallen en 7.400 letsels per jaar kunnen schelen.

De vraag is wel: waar haal je de mensen vandaan om zo’n ambitieus programma uit te voeren? Moeten de nu al overvraagde huisartsen honderdduizenden persoonlijke risicoprofielen gaan opstellen? Zijn er wel genoeg aanbieders van valpreventietrainingen? Is er geld genoeg? ‘We hebben nog een lange weg te gaan, en dat moeten we samen doen, ook met verpleegkundigen, fysiotherapeuten en ergotherapeuten’, erkent Van der Velde. ‘Maar het is het waard. Want stop een uur in het voorkomen van een val en het scheelt de zorg en de oudere later een veelvoud aan uren aan herstel.’