Code zwart? Ik denk dat het vreselijk wordt

Het is ‘bizar’ en ‘surrealistisch’, maar toch moet Rozemarijn van Bruchem-Visser als voorzitter van de triagecommissie van het Erasmus MC artsen voorbereiden op het scenario dat ze straks moeten beslissen voor wie er nog wel plek is op de ic en voor wie niet. Er wordt al geoefend met fictieve patiënten.

Een code zwart is voorlopig echt nog niet aan de orde, benadrukken het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding (LCPS) en minister De Jonge van Volksgezondheid. Tegelijkertijd zijn de vooruitzichten zorgwekkend genoeg om voorbereidingen te starten. Het LCPS verwacht binnen twee weken 682 covidpatiënten op de ic’s. Artsen en verpleegkundigen betwijfelen of intensive cares dat aantal aankunnen: er liggen ook al honderden niet-coronapatiënten. Er zijn nog uitwegen, maar de grens komt in zicht: in het ergste geval moeten ziekenhuizen ic-patiënten weigeren.

Het betekent ook dat internist ouderengeneeskunde Rozemarijn van Bruchem-Visser plots weer met een scenario wordt geconfronteerd dat diep in de la was beland. Om het zekere voor het onzekere te nemen bereidt Van Bruchem-Visser artsen in het Erasmus MC zo goed mogelijk voor op een situatie die ze nog nooit hebben meegemaakt.

Hoe bereiden jullie je voor op het ‘code zwart’-scenario?

‘Van alle 17 duizend medewerkers van het Erasmus zijn alleen een ondersteunende kracht en ik bezig met het regelen van de praktische zaken rond fase 3. Het andere zorgpersoneel investeert hun tijd gelukkig in wat anders: alles eraan doen om het scenario te voorkomen.

‘Maar het is belangrijk dat we weten wat we moeten doen als het straks toch misgaat. Daarom ga ik nu na of we de stappenplannen klaar hebben liggen en of de artsen die mogelijk de zware beslissing moeten nemen, het protocol nog kennen.’

Vanuit hun opleiding zijn artsen niet voorbereid op zulke keuzen. Zijn de scenario’s wel te oefenen?

‘In Nederland hebben we dit nog nooit meegemaakt. En om eerlijk te zijn, we weten ook echt niet hoe het is als we, mocht het zover komen, moeten kiezen tussen patiënten. Ik denk dat het vreselijk wordt. Het is niet voor te stellen dat we niks voor patiënten kunnen doen die we anders wel hadden kunnen redden.

‘Zoiets is een hele zware beslissing, daarom zitten in onze triageteams artsen met allemaal verschillende achtergronden, zodat ze elkaar kunnen ondersteunen: van een intensivist tot iemand met chirurgische kennis. Een secretaris houdt nauwgezet in de gaten of alle stappen worden gevolgd en of de beslissing goed wordt doorgegeven. Dat doen ze allemaal onder toezicht van ethici, juristen, verpleegkundigen en geestelijke verzorging. De teams hebben al geoefend met fictieve patiënten. Als fase 3 dichterbij komt, gaan we die oefening herhalen.’

Als het zover komt, hoe beslissen artsen voor wie geen plek meer is?

‘Het moet een puur medische afweging zijn. Allereerst is de overlevingskans doorslaggevend. Hebben we een jonge patiënt die een ernstig hartprobleem heeft met grote kans op een nieuwe hartaanval? Dan kan een fitte 70-jarige die bijvoorbeeld een ongeluk heeft gehad voorrang krijgen. De artsen krijgen alleen de noodzakelijke medische informatie. Ze weten bijvoorbeeld niet of iemand man of vrouw is of waar diegene vandaan komt.

‘Stel dat de overlevingskansen van patiënten hetzelfde zijn, dan kijken de artsen naar de vermoedelijke ligduur van iemand op de ic. Is er een patiënt die na een hartoperatie waarschijnlijk twee dagen intensieve zorg nodig heeft? Dan krijgt diegene voorrang op patiënten die er twintig dagen moeten liggen. Covidpatiënten zijn dan in het nadeel: zij hebben gemiddeld een veel langere ligduur op de ic. In plaats van één zo iemand kunnen we meerdere mensen korter opnemen.

‘Pas als medische gronden geen uitsluitsel geven, gaan we naar andere kenmerken kijken, zoals leeftijd. Maar dat is echt in het uiterste scenario, de kans dat we op dat punt komen is heel klein. Wat in ieder geval nooit een rol speelt is iemands vaccinatiestatus. Daar staat geen woord over in het protocol.’

Wat gebeurt er met patiënten die niet op de ic terecht kunnen?

‘Daar zoeken we een zo goed mogelijk alternatief voor. Iemand die eigenlijk op de intensive care hoort te liggen kan soms ook zonder ic-zorg overleven, maar we moeten eerlijk zijn: die kans is klein. Deze patiënten hebben zorg nodig die ze niet op andere afdelingen kunnen krijgen. Voor veel patiënten die geen bed kunnen krijgen, zal het dan gaan om palliatieve zorg. Dat is lijdensverlichtende zorg in de laatste levensfase.

‘Ik vind het bizar en surrealistisch om hierover na te denken. Maar ik vind ook dat we verplicht zijn naar zorg en samenleving om dit zo goed en netjes mogelijk te laten verlopen: chaos moeten we koste wat kost voorkomen. Als fase 3 werkelijkheid wordt, kunnen we ons maar beter zo goed mogelijk hebben voorbereid.’